Een lege etalage trekt een winkelstraat naar beneden. Minder bezoekers betekent minder omzet voor de buren, en zo kan leegstand zichzelf versterken. Toch is er geen eenduidig verhaal: in de ene stad bloeit het centrum, terwijl in de andere hele aanloopstraten leeg staan.
Oorzaken
- Online winkelen heeft een deel van de bestedingen weggetrokken uit fysieke winkels
- Te veel winkelmeters: in veel kernen is in het verleden meer winkelruimte gebouwd dan er nu vraag naar is
- Schaalvergroting: ketens kiezen voor minder, grotere winkels op toplocaties
- Hoge huren die niet meebewegen met dalende omzetten
- Veranderend bezoekgedrag: mensen komen vaker voor beleving, horeca en cultuur dan voor puur boodschappen doen
Wat werkt?
Steden die succesvol leegstand terugdringen, kiezen vaak voor een compact kernwinkelgebied. Daarbuiten krijgen panden een andere bestemming, zoals wonen, horeca of maatschappelijke voorzieningen. Zo concentreert het winkelaanbod zich waar de bezoekers zijn.
Andere maatregelen die vaak terugkomen:
- Samenwerking tussen gemeente, eigenaren en ondernemers, bijvoorbeeld in een ondernemersfonds of bedrijveninvesteringszone
- Tijdelijke invulling met pop-upstores of startende ondernemers
- Transformatie van winkelpanden naar woningen, vooral op de verdiepingen boven winkels
- Investeren in de openbare ruimte, zoals groen, zitplekken en evenementen
De rol van centrummanagement
Veel gemeenten werken met een centrummanager of binnenstadsorganisatie. Die verbindt partijen, organiseert evenementen en houdt cijfers bij over bezoekers en leegstand. Juist die combinatie van data en samenwerking maakt het verschil.



