In het kort
- De brutomarge is het deel van de verkoopprijs (zonder btw) dat overblijft na aftrek van de inkoopprijs.
- Formule: brutomarge = (verkoopprijs excl. btw − inkoopprijs) ÷ verkoopprijs excl. btw × 100%.
- Marge en opslag zijn niet hetzelfde: 100% opslag is 50% marge.
- Haal eerst de btw van de verkoopprijs af: deel door 1,21 bij 21% btw of door 1,09 bij 9% btw.
- Reken het direct uit met de margecalculator.
De brutomarge is voor een winkelier het belangrijkste getal per product. Het bepaalt hoeveel je overhoudt om huur, personeel en alle andere kosten van te betalen. Toch wordt de brutomarge vaak verkeerd berekend, bijvoorbeeld met btw of door marge en opslag door elkaar te halen. Zo reken je hem goed uit.
Wat is de brutomarge?
De brutomarge is het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs, uitgedrukt als percentage van de verkoopprijs. Beide prijzen zijn zonder btw. Je kunt de brutomarge per product uitrekenen, maar ook voor een hele productgroep of voor je winkel als geheel.
De formule
- Verkoopprijs excl. btw = verkoopprijs incl. btw ÷ (1 + btw-tarief)
- Brutomarge in euro’s = verkoopprijs excl. btw − inkoopprijs
- Brutomarge in % = brutomarge in euro’s ÷ verkoopprijs excl. btw × 100%
Rekenvoorbeeld
Je koopt een T-shirt in voor € 10 en verkoopt het voor € 24,95 inclusief 21% btw.
- Verkoopprijs excl. btw: € 24,95 ÷ 1,21 = € 20,62
- Brutomarge in euro’s: € 20,62 − € 10 = € 10,62
- Brutomarge in %: € 10,62 ÷ € 20,62 = 51,5%
Je houdt dus 51,5% van de prijs zonder btw over. In de margecalculator vul je inkoopprijs, verkoopprijs en btw-tarief in en zie je de uitkomst direct. Met een gratis account bewaar je de berekening ook.
Brutomarge of opslag?
Veel winkeliers rekenen met een opslag op de inkoopprijs. Dat is iets anders dan de marge:
- Opslag reken je over de inkoopprijs: (verkoopprijs excl. btw − inkoopprijs) ÷ inkoopprijs.
- Marge reken je over de verkoopprijs: (verkoopprijs excl. btw − inkoopprijs) ÷ verkoopprijs excl. btw.
In het voorbeeld is de opslag € 10,62 ÷ € 10 = 106,2%, terwijl de marge 51,5% is. Om een opslag om te rekenen naar een marge gebruik je: marge = opslag ÷ (1 + opslag). Een opslag van 100% geeft dus 1 ÷ 2 = 50% marge, en een opslag van 50% geeft 0,5 ÷ 1,5 = 33,3% marge.
Van gewenste marge naar verkoopprijs
Wil je weten welke verkoopprijs je nodig hebt voor een bepaalde marge? Dan reken je terug:
- Verkoopprijs excl. btw = inkoopprijs ÷ (1 − gewenste marge)
- Verkoopprijs incl. btw = verkoopprijs excl. btw × (1 + btw-tarief)
Voorbeeld: inkoopprijs € 10, gewenste marge 50% en 21% btw. Dan is de verkoopprijs excl. btw € 10 ÷ 0,5 = € 20, en inclusief btw € 24,20.
Brutomarge van je hele winkel
Voor de winkel als geheel deel je de totale brutowinst door de totale omzet exclusief btw. Let op: gebruik de inkoopwaarde van wat je echt hebt verkocht, niet alles wat je hebt ingekocht. Afprijzingen, uitverkoop en derving verlagen de gerealiseerde marge ten opzichte van de marge op het prijskaartje. Wat er na alle kosten overblijft, lees je in winstmarge berekenen.
Veelgestelde vragen
Haal eerst de btw van de verkoopprijs af. Trek daarna de inkoopprijs af en deel de uitkomst door de verkoopprijs zonder btw. Vermenigvuldig met 100% voor het percentage.
Nee. Een opslag van 100% op de inkoopprijs is een marge van 50% op de verkoopprijs. Een marge van 100% bestaat niet, want dan zou de inkoopprijs nul zijn.
Gebruik de formule marge = opslag ÷ (1 + opslag). Een opslag van 50% is dus een marge van 0,5 ÷ 1,5 = 33,3%.
Deel de inkoopprijs door 0,5 voor de prijs zonder btw en tel daar de btw bij op. Bij een inkoopprijs van € 10 en 21% btw is dat € 24,20.



