In het kort
- De omloopsnelheid geeft aan hoe vaak je je voorraad per jaar verkoopt en weer aanvult.
- Formule: omloopsnelheid = inkoopwaarde van de omzet ÷ gemiddelde voorraad (tegen inkoopwaarde).
- De omlooptijd in dagen is 365 ÷ omloopsnelheid.
- Reken voorraad en omzet allebei tegen inkoopwaarde, niet tegen verkoopprijs.
- Reken het uit met de voorraadomloop-calculator.
Voorraad is voor de meeste winkels de grootste post op de balans. Elke euro die in de schappen ligt, kun je niet aan iets anders uitgeven. De omloopsnelheid laat zien hoe hard die voorraad voor je werkt. Bij een te lage omloop zit er te veel geld vast en loop je het risico op afprijzen; bij een te hoge omloop mis je misschien verkopen omdat producten op zijn.
Wat is de omloopsnelheid van de voorraad?
De omloopsnelheid geeft aan hoe vaak je de gemiddelde voorraad in een jaar verkoopt. Een omloopsnelheid van 4 betekent dat je de voorraad vier keer per jaar omzet. Anders gezegd: een product ligt gemiddeld een kwart jaar in de winkel of het magazijn voordat het wordt verkocht.
De formules
- Omloopsnelheid = inkoopwaarde van de omzet per jaar ÷ gemiddelde voorraad tegen inkoopwaarde
- Omlooptijd in dagen = 365 ÷ omloopsnelheid
- Voorraad in weken verkoop = 52 ÷ omloopsnelheid
De inkoopwaarde van de omzet is wat de verkochte producten jou hebben gekost: je omzet zonder btw min je brutowinst. Gebruik geen verkoopprijzen, want dan lijkt de omloop hoger dan hij is.
Hoe bepaal je de gemiddelde voorraad?
De eenvoudigste manier is de voorraad aan het begin en aan het eind van het jaar optellen en door twee delen. Heeft je winkel grote seizoensschommelingen, zoals een modezaak of tuincentrum, neem dan het gemiddelde van de voorraad aan het eind van elke maand. Dat geeft een eerlijker beeld.
Rekenvoorbeeld
Een woonwinkel heeft een inkoopwaarde van de omzet van € 300.000 per jaar. De gemiddelde voorraad, tegen inkoopwaarde, is € 75.000.
- Omloopsnelheid: € 300.000 ÷ € 75.000 = 4 keer per jaar
- Omlooptijd: 365 ÷ 4 = ongeveer 91 dagen
- Voorraad in weken verkoop: 52 ÷ 4 = 13 weken
Lukt het deze winkel de omloopsnelheid te verhogen naar 5 bij dezelfde omzet, dan daalt de gemiddelde voorraad naar € 60.000. Dat maakt € 15.000 vrij om te investeren of om minder te lenen.
Wat is een goede omloopsnelheid?
Daar is geen vast getal voor. Het verschilt sterk per branche. Bij verse producten is een hoge omloop noodzakelijk, terwijl een juwelier of meubelzaak met een veel lagere omloop kan werken. Vergelijk daarom vooral met je eigen cijfers van vorige jaren en tussen je productgroepen. Een groep die duidelijk achterblijft, verdient aandacht.
Zo verbeter je de omloop
- Analyseer per productgroep. Een gemiddelde over de hele winkel verbergt de producten die stilliggen.
- Koop vaker en kleiner in waar je leverancier dat toelaat.
- Ruim langzame lopers tijdig op, liever met een kleine korting nu dan met een grote aan het eind van het seizoen. Wat dat kost, zie je in de kortingscalculator.
- Let op de marge. Een hogere omloop door steeds te stunten gaat ten koste van je brutomarge.
Veelgestelde vragen
Deel de inkoopwaarde van de omzet over een jaar door de gemiddelde voorraad tegen inkoopwaarde. Bij een inkoopwaarde van de omzet van € 300.000 en een gemiddelde voorraad van € 75.000 is de omloopsnelheid 4.
De omloopsnelheid is hoe vaak per jaar je de voorraad verkoopt. De omlooptijd is hoeveel dagen een product gemiddeld op voorraad ligt: 365 gedeeld door de omloopsnelheid.
Met inkoopwaarde, zowel voor de omzet als voor de voorraad. Als je verkoopprijzen gebruikt, lijkt de omloopsnelheid hoger dan hij werkelijk is.
Dat verschilt sterk per branche. Vergelijk vooral met je eigen cijfers van vorige jaren en tussen productgroepen.



